Een goede speurtochtvraag laat mensen kijken. Niet naar hun telefoon, maar naar de scheur in de stoeptegel, het beestje in de gevel, de boom die er al stond voordat hier iemand woonde. Hieronder staan 30 vragen die je zo kunt overnemen — met onderaan vijf tips om ze zelf te schrijven.
Raadsels die naar een plek wijzen. Lees ze hardop voor en laat de kinderen het antwoord aanwijzen.
Vragen die alleen ter plekke te beantwoorden zijn. Precies daarom werken ze zo goed.
Deze vragen vragen om aandacht in plaats van tempo. Ideaal halverwege, als iedereen alweer wil rennen.
Vragen waarbij het antwoord minder telt dan het gesprek dat eruit volgt.
Klassiekers die je overal kunt inzetten: het antwoord is meteen de volgende plek.
De beste vraag is alleen ter plekke te beantwoorden. Vraag naar het jaartal in de gevel, niet naar het bouwjaar van de kerk.
“Hoeveel ramen heeft de voorgevel?” werkt. “Wat is het mooiste huis?” levert alleen ruzie op — tenzij je dat expres wilt.
Een raadsel, dan een telvraag, dan iets om te doen. Zes keer hetzelfde soort vraag is vijf keer te veel.
Kan die het lezen en begrijpen, dan kan iedereen mee. De rest vindt het toch wel leuk.
Is het getal uit vraag drie het huisnummer van vraag vier, dan loopt je speurtocht vanzelf door.
Zet ze als stappen klaar en laat bezoekers ze vrijspelen met een QR-code, hun locatie of een pincode. Foto’s, filmpjes en een klassement horen erbij — in jouw eigen huisstijl.