ZOEK · KIJK · PUZZEL

Vragen voor een speurtocht

Een goede speurtochtvraag laat mensen kijken. Niet naar hun telefoon, maar naar de scheur in de stoeptegel, het beestje in de gevel, de boom die er al stond voordat hier iemand woonde. Hieronder staan 30 vragen die je zo kunt overnemen — met onderaan vijf tips om ze zelf te schrijven.

Voor kinderen — in huis en in de tuin

Raadsels die naar een plek wijzen. Lees ze hardop voor en laat de kinderen het antwoord aanwijzen.

  1. Ik heb een gezicht en twee handen, maar ik zwaai nooit terug. Antwoord: de klok
  2. Ik ben koud vanbinnen, ik zoem zachtjes, en ik ga alleen open als iemand honger heeft. Antwoord: de koelkast
  3. Ik draag de jassen van het hele huis, maar zelf heb ik het altijd koud. Antwoord: de kapstok
  4. Ik ben het enige raam in huis waar je nooit doorheen kijkt. Antwoord: de wasmachine
  5. Ik hang in de tuin en heb een dak maar geen deur. Wie bij mij eet, heeft vleugels. Antwoord: het vogelhuisje
  6. Overdag lig ik plat en denkt niemand aan me. ’s Avonds ben je blij dat ik er ben. Antwoord: je bed

Door de stad — kijk eens omhoog

Vragen die alleen ter plekke te beantwoorden zijn. Precies daarom werken ze zo goed.

  1. Kijk omhoog. Hoeveel verdiepingen telt het hoogste huis van deze straat, en staat er iets op de gevel?
  2. Zoek een gevelsteen met een jaartal. Tel de vier cijfers bij elkaar op — dat getal is jullie volgende huisnummer.
  3. Ergens in de versiering van dit gebouw zit een dier verstopt. Welk dier is het, en hoeveel poten heeft het?
  4. Naar wie is deze straat vernoemd? En wat zou die persoon van jullie speurtocht vinden?
  5. Hoeveel verschillende deurbellen vind je in dit blok? Bel er geen enkele aan.
  6. Sta met je rug naar het grootste gebouw dat je ziet. Wat is het eerste dat beweegt?

In het bos of het park — even stil worden

Deze vragen vragen om aandacht in plaats van tempo. Ideaal halverwege, als iedereen alweer wil rennen.

  1. Sta een halve minuut helemaal stil en tel de geluiden. Hoeveel zijn het er — en welk geluid komt niet van de natuur?
  2. Zoek de dikste boom in de buurt. Hoeveel armen zijn er nodig om hem helemaal te omvatten?
  3. Verzamel drie verschillende bladeren. Welk blad is het zachtst, en welk ruikt ergens naar?
  4. Zoek iets dat kleiner is dan je pink en ouder dan je opa. Antwoord: een steen
  5. Uit welke richting komt de wind? Kijk naar de toppen van de bomen, niet naar het gras.
  6. Ergens hier ligt hout dat ooit een tak was en straks aarde wordt. Vind het — en laat het liggen.

Voor een bedrijfsuitje — samen kijken

Vragen waarbij het antwoord minder telt dan het gesprek dat eruit volgt.

  1. Zoek het oudste voorwerp dat hier nog elke dag gebruikt wordt. Wie kent het verhaal erachter?
  2. Welke collega heeft vandaag de langste reis gemaakt om hier te zijn?
  3. Noem drie dingen die hier vijf jaar geleden nog niet stonden.
  4. Zoek de plek waar volgens jullie de beste ideeën ontstaan. Leg in één zin uit waarom.
  5. Maak samen één foto waarop van iedereen precies één hand te zien is.
  6. Welk woord staat in dit gebouw het vaakst op een deur?

Raadsels die de weg wijzen

Klassiekers die je overal kunt inzetten: het antwoord is meteen de volgende plek.

  1. Ik ga van boven naar beneden en van beneden naar boven, en toch beweeg ik nooit. Antwoord: de trap
  2. Ik heb sleutels maar open geen deur, ik heb ruimte maar geen kamer. Antwoord: het toetsenbord
  3. Hoe meer je van mij wegneemt, hoe groter ik word. Antwoord: een kuil
  4. Ik ben van hout, ik sta stil, en toch komt iedereen bij mij samen. Antwoord: de tafel
  5. Ik vertel altijd de waarheid, ook als je die liever niet hoort. Kijk mij maar recht aan. Antwoord: de spiegel
  6. Ik heb bladeren maar geen tak, en een rug maar geen lijf. Antwoord: het boek

Zo schrijf je een vraag die blijft hangen

1
Laat mensen kijken, niet googelen.

De beste vraag is alleen ter plekke te beantwoorden. Vraag naar het jaartal in de gevel, niet naar het bouwjaar van de kerk.

2
Eén antwoord, geen discussie.

“Hoeveel ramen heeft de voorgevel?” werkt. “Wat is het mooiste huis?” levert alleen ruzie op — tenzij je dat expres wilt.

3
Wissel af.

Een raadsel, dan een telvraag, dan iets om te doen. Zes keer hetzelfde soort vraag is vijf keer te veel.

4
Schrijf voor de jongste deelnemer.

Kan die het lezen en begrijpen, dan kan iedereen mee. De rest vindt het toch wel leuk.

5
Laat het antwoord de weg wijzen.

Is het getal uit vraag drie het huisnummer van vraag vier, dan loopt je speurtocht vanzelf door.

Deze vragen in een échte speurtocht?

Zet ze als stappen klaar en laat bezoekers ze vrijspelen met een QR-code, hun locatie of een pincode. Foto’s, filmpjes en een klassement horen erbij — in jouw eigen huisstijl.